Relaties die bescherming bieden: wat uit het BRIDGE-onderzoek in vijf Europese landen blijkt

Een jongen die enkele maanden geleden is aangekomen, zit de formele gesprekken bijna zonder te spreken uit. Een paar weken later, rond een bordspel, begint hij te vertellen waar hij vandaan komt en wat hij mist. Professionals in vijf Europese landen beschrijven deze scène in vrijwel identieke bewoordingen, ook al werken zij binnen heel verschillende opvangsystemen.

Het is een van de bevindingen van de analyse van scholingsbehoeften die binnen BRIDGE is uitgevoerd, een Erasmus+-project dat organisaties in Duitsland, Griekenland, Italië, Spanje en Nederland samenbrengt die met jonge migranten en alleenstaande minderjarigen werken. Parsec is de Italiaanse partner. Het onderzoek combineerde een enquête onder het personeel met een reeks focusgroepen: sommige met youth workers, cultureel bemiddelaars, maatschappelijk werkers, psychologen en coördinatoren; andere met de jongeren zelf.

Waar de grenzen ophouden, komen de antwoorden samen

Het eerste opvallende resultaat is de convergentie. Ondanks verschillen in taal, wetgeving en de manier waarop de diensten zijn georganiseerd, blijken de voorwaarden die een jongere in staat stellen vertrouwen te krijgen en deel te nemen overal dezelfde te zijn: continuïteit van de relatie, emotionele veiligheid, respectvolle communicatie, de aanwezigheid van leeftijdsgenoten. Waar deze voorwaarden bestaan, praten jongeren meer, stellen zich open, blijven in de groep. Waar ze ontbreken, trekken ze zich terug. Het personeel meldt een stevig vertrouwen in zijn luistervaardigheden en erkent tegelijkertijd de moeilijkheden waarmee het wordt geconfronteerd wanneer een gesprek emotioneel intens wordt, of wanneer leed zich uit als zwijgen, prikkelbaarheid of afhaken.

De tijd die een relatie nodig heeft en de snelheid die systemen eisen

De tweede bevinding is een spanning die in elk land terugkeert. Het werk dat helpt heeft tijd, aanwezigheid en standvastigheid nodig. De systemen waarbinnen dat werk plaatsvindt vragen om documentatie, snelheid en crisisrespons. Wat safeguarding betreft, zegt vrijwel iedereen een risicosituatie te kunnen herkennen. De moeilijkheden komen daarna, met doorverwijzingen die stokken, trajecten die versnipperd zijn over verschillende diensten, onzekere coördinatie. Het is niet het bewustzijn dat ontbreekt. Het is de continuïteit.

In Italië heeft de meest terugkerende frustratie te maken met de overgang naar volwassenheid. Wanneer een jongere die op zijn vijftiende of zestiende is aangekomen achttien wordt, verandert het systeem zijn regels en termijnen terwijl zijn leven nog in opbouw is. Wie twee jaar lang naast hem heeft gelopen, kent die kloof goed en ervaart die als een van de meest kwetsbare punten van het hele traject.

Conflict komt niet voort uit vijandigheid

Er is ook een lezing van conflict die een veelvoorkomende aanname omkeert. In de verhalen ontstaan spanningen tussen jongeren zelden uit vijandigheid. Ze ontstaan uit stress, onzekerheid over de toekomst, taalbarrières, een gevoel van uitsluiting. Dit verandert de betekenis van preventiewerk. Als spanning voortkomt uit uitsluiting, dan betekent het voorkomen ervan dat er wordt gewerkt aan de kwaliteit van de communicatie, aan het erbij horen in de groep, aan het verkleinen van de afstand. Emotionele veiligheid wordt zo een operationeel instrument in plaats van een abstracte waarde.

Waar jongeren om vragen

Rechtstreeks gevraagd, waren de jongeren duidelijk over wat voor hen belangrijk is: gehoord worden zonder oordeel, invloed kunnen uitoefenen op de beslissingen die hen aangaan, zich erkend voelen. Velen beschreven relaties met leeftijdsgenoten als gemakkelijker te benaderen dan door volwassenen geleide structuren, minder hiërarchisch en emotioneel veiliger. Het is dezelfde peer-ondersteuning die professionals moeilijk kunnen organiseren terwijl ze de waarborgen van safeguarding in stand houden: een potentieel dat nog te weinig is gestructureerd.

Over hoe leren en deelname plaatsvinden, is de voorkeur in alle landen duidelijk. Spellen, storytelling, praktische oefeningen, visuele en samenwerkende activiteiten werken beter dan op hoorcolleges gebaseerde formats. Ze verlagen de angst, verminderen de taalbarrières en maken deelname mogelijk, zelfs voor wie een onderbroken onderwijsverleden achter zich heeft.

Nationale nuances blijven bestaan. In Duitsland is interculturele bemiddeling de hoogste scholingsprioriteit; in Spanje staan instrumenten voor peer-education op de eerste plaats; in Griekenland is het bewustzijn rond safeguarding hoog, maar groeit de vraag naar gedeelde procedures. Italië onderscheidt zich door een sterk relationele aanpak, gebouwd op observatie en vertrouwen meer dan op procedure.

Wat de volgende stappen leidt

De bevindingen wijzen een richting aan voor de volgende fasen van het project. De scholing voor professionals zal worden gebouwd op simulaties en praktische instrumenten in plaats van op theorie: moeilijke gesprekken hanteren, de-escalatietechnieken, het faciliteren van peergroepen, coördineren rond safeguarding. De activiteiten met jongeren zullen steunen op co-design, op spel- en storytellingformats, op communicatie die toegankelijk blijft ongeacht het taalniveau of de onderwijsachtergrond.

Geen van deze aanwijzingen is een recept. Het zijn richtingen die zijn voortgekomen uit het dagelijkse werk van degenen die in vijf landen naast deze jongeren staan, om gaandeweg te worden getest, gemonitord en bijgesteld. Wat het onderzoek het duidelijkst zegt, is waar je moet kijken: het punt waar een bestendige relatie een systeem ontmoet dat haast heeft. Daar wordt beslist of een jongen zwijgt of begint te praten.

Scroll naar boven